Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXVII. BAROK EN ROCOCO IN ZWEDEN, NOORWEGEN EN DENEMARKEN.

VENALS TIJDENS DtL KrilNAlüAlN^ü wad ue duuwruiiji afhankelijk van het buitenland: eerst Nederlandsche en Duitsche, daarna Fransche bouwmeesters deden in Zweden en Denemarken hun invloed gelden, terwijl in Noorwegen weinig belangrijks tot stand kwam.

Nicodemus Tessin d. O. (1615—1681) vertegenwoordigt in Zweden de Hoog-Renaissance, die een meer klassicistisch-Hollandsch dan een Duitsch-barokken geest vertoont. Na zijn reizen in Italië, Frankrijk en Nederland, voelde hij zich aangetrokken tot den Palladiaanschen stijl, die aan zijn landhuizen en paleizen tot uiting komt.

De eerste bouwmeester, die volledig in barokken geest werkt, is Jean de la Vallée (1620—1696), zoon van den in 1642 overleden koninklijken bouwmeester Simon de la Vallée. Hij studeerde in dezelfde landen als Tessin, en werkt later in Fransch-Hollandsch-klassieke richting. Ook Nicodemus Tessin d.J. (1654—1728) is een vertegenwoordiger van den Barok, die na zijn reizen in het buitenland, Italië, Frankrijk en Engeland, geëerd werd door verheffing in den adelstand. Zijn zoon, Graaf Karei Gustaaf Tessin (1695—1771), eveneens bouwmeester, werd later staatsman.

Rococo bouwmeesters in Zweden zijn o. a. Karei van Horleman (1700—1753), G. J. Adelcrantz (1668—1739) en K. F. Adelcrantz, terwijl als binnen-architecten, schilderbeeldhouwers nog Guillaume Thomas Taraval (1701 — 1758) en Jacques Philippe Bouchardon (1711 — 1745) moeten genoemd worden. In Stockholm was ook de Hollander Justus Vingboons werkzaam.

Tijdens de regeering van Frederik III (1648—1670) begon in Denemarken de HoogRenaissance. De politieke toestand was voor de ontwikkeling van de bouwkunst echter niet gunstig, doch werd onder Christiaan VI (1730—1746) beter. Behalve de zeer sterke Duitsche richting, deed zich ook de Hollandsch-Fransche gelden.

Nicolai Matthiesen Eigtved (1701 — 1754), die heel Europa bereisde en o. a. onder Pöppelmann werkte, en directeur werd van de academie te Kopenhagen, vormde met George David Anthon (1714—1781) en Laurids Lauvidsen de Thurah (1706—1759), schrijver van een Deensch boek over Vitruvius, het voornaamste drietal Deensche bouwmeesters uit dezen tijd. Als buitenlander is te Kopenhagen de Franschman Nicolas Henri Jardin (1720—1799) werkzaam.

Als Noorweegsch architect wordt vermeld J. Wiggers, te Christiania.

OVERZICHT DER MONUMENTEN.

Zweden. DeDomteKalmar (1660—1682), door Tessin d. O., heeft een grondplan in den vorm van een Grieksch kruis, waarvan twee armen zijn verlengd door een apsis en een voorhal. Boven het kruisingsvierkant

Sluiten