Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BAROK EN ROCOCO IN ZWEDEN, NOORWEGEN EN DENEMARKEN.

859

verheft zich geen koepel, maar een kruisgewelf, terwijl in de vier hoeken van het kruis een toren is geplaatst.' Dit vroeg-barokke bouwwerk heeft inwendig Jonische gekoppelde pilasters, en gevels, die beneden door Toskaansche, boven door Jonische pilasters zijn ingedeeld.

Tessins kasteel Drottningholm (1660—1670) is rechthoekig, met sterk voorspringende hoekpaviljoens van 2 verdiepingen, waaraan de eveneens naar voren komende twee verdiepingen hooge zijvleugels, die een vierkant plein insluiten. Een hooge, dubbele trap voor den hoofdgevel leidt naar de eerste verdieping. In 1683 werd het inwendige door Tessin de J. in LodewijkXI Vstijl voltooid.

Onder de vele kasteelen verdienen vooral de aandacht: het slot Malsaker in Södermanland, met voorspringende vleugels; het Skokloster te Upsala, dat drie en een halve verdieping hoog is en 4 vijf-verdiepingen hooge 8-zijdige hoektorens heeft; de kasteelen Eriksberg, Sjöö,

Stenige; te Stockholm het Baat Stenboksche paleis, door Tessin d. O. in 1660 gebouwd in Palladiaanschen stijl; en in dezelfde plaats, zonder zuilen of pilasters, Oxenstierna's paleis (nu centraal-bureau voor statistiek) en de Oude Rijksbank (1676—1680).

Geheel Barok is te Stockholm de Katharinakerk (1656-1675), door Jean de la Vallée, welke kerk verbrandde en door Adelcrantz in 1723 werd herbouwd. Deze eerste centraalbouw in Zweden heeft een grondplan als een Grieksch kruiè, met een 8-hoekigen houten koepel, die door vier zware hoekpijlers, naar buiten sprekend als torentjes in de hoeken van het kruis, wordt gedragen. De kruisarmen zijn gedekt door stergewelven. Uitwendig is de decoratie in Dorischen stijl gehouden.

Fig. 957. Slotkapel te Stockholm. (Naar Woennann).

Sluiten