Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

888

HET NEO-KLASSICISME.

5 Fig. 994. Britsch Museum te Londen. (Foto London Stereoscopic Co. Lid.) :

is afgesloten door een zilveren ballustrade. Grootsch opgevatte, halfcirkelvormige zuilengalerijen, in den geest van die van Bernini, sluiten aan bij de apsiden van het transept.

Ricardde Montferrand (1786—1859). leerling van Percier en Fontaine, voltooit Fig. 993. in 1852 de I saakskathedraal, eveneens volgens een Latijnsch kruis, met koepel en 4 hoektorentjes, zoodat het geheel, van buiten gezien, den indruk maakt van een centraalbouw. Ook het paleis Labanoff, dat boven den rondbogigen onderbouw de groote zuilen orde vertoont, is van hem.

De te Napels geboren bouwmeester Carlo Rossi (1785—1849) voltooit in 1825 het paleis van den Grootvorst Michaël, nu Russisch museum; en het Alexander theater (1832) met de aansluitende Theaterstraat, die in haar grootsche opvatting eenig is in de bouwkunstgeschiedenis van dezen tijd. In 1851 komt het museum van de Ermitage, dat een der meest beroemde schilderijen verzamelingen van Hollandsche meesters bevatte, en door den Münchener architect Leo von Klenze werd ontworpen, gereed.

Het Rumjanzow Museum te Moskou, door Wasili Iwanowitsch Bajenow (1737—1799) heeft hoekrisalieten als Jonische tempelfronten, en een horizontaal afgedekte, Korinthische middenpartij.

ENGELAND.

Het Britsche eilandenrijk kwam na 1750 tot grooten bloei, en bevestigde, vooral in het Napoleontische tijdvak, zijn macht als koloniale mogendheid. De groote rijkdommen, die werden verworven, kwamen ook aan de bouwkunst ten goede. De Engelsche architectuur toonde steeds een neiging naar het klassieke, en werd weinig beïnvloed door de stijlrichtingen op het vaste land, behalve de Italiaansche Hoog-Renaissance. Ook tijdens de

Sluiten