Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

" HET NEO-KLASSICISME.

891

dooreen tympan bekroonden porticus; het S t. Geor ges-h os pi taal, en In 1823 het Gr an ge house te Fig. 995. Hampshire, Grieksch-Dorisch, waarvan de vormgeving, een klassieke tempel, geheel met het doel in strijd is.

GeorgeBaseir (1795-1845) is de architect van het Fitzwilliam museum, dat, behalve smalle hoekrisalieten een 8-zuilige Korinthische middenpartij heeft. Sir Charles Barry (1795-1860), van wien Bridgewater house te Londen is, en Sir James Pennethorne (1801-1871) zijn de auteurs van talrijke karakterlooze Italiaansche paleisnabootsingen; de in 1822 gebouwde Villa Greenough te Londen is van Decimus Barton (1800-1881).

Van den jong gestorven architect H. L. Elmes (1815—1847) is St. Geor ges Hall te Fig. 996. Liverpool (1838), die door dit werk blijk gaf, de beste toepassing van Klassicisme in Engeland te kunnen scheppen. De middenrisaliet van den 180 M. langen gevel omvat 16 Korinthische zuilen, met monumentale trap. Het bouwwerk werd door den begaafden Charles Robert Cockerell (1788—1863) voltooid, voorzoover het inwendige aangaat. Van laatstgenoemden bouwmeester, die in Italië en Griekenland studeerde, zijn:

Sun Fire Office en Hannover Chapel (1825, met twee torens) te Londen, en te Oxford het Tailor en Randolph instituut. Te Londen bouwt Sir William Tite (1798-1873) o. a. de Beurs.

Ten slotte Sir Robert Smirke (1780 — 1867), wiens CoventgardenTheater(l 809) te Londen zeer geslaagd mag heeten, meer dan zijn Hoofdpostkantoor (1829). Van hem zijn ook het Kings College (1831) en het in Jonischen stijl P~l-vormig aangelegde British Museum (1852), welk ongehoord kostbaar bouwplan gestaakt werd in 1845. De Fig. 994. gevel was toen 114 M. lang.

SKANDINAVIË.

Twee Zweedsche klassicisten, waarvan overigens weinig belangrijks bekend is, zijn Graaf Karl Johann Cronstedt (1709-1779) en Johann Friedrich Rehm (1717-1793). Trouwens, dit geheele tijdvak leverde in de Noorsche landen weinig groote bouwwerken op. Te Stokholm moet genoemd worden de Adolf Frederik kerk, waarvan in 1783 de koepel werd voltooid, door Karl Friedrich Adelcrantz (1716-1796), en het slot Rosendal (1823) door Frederik Blom.

Alleen de Universiteitsgebouwen te Christiania, uitgevoerd door Grosch volgens de plannen van Schinkel, zijn vermeldenswaard. Een der eersten, die in Denemarken het klassicisme propageerde door woord en geschrift, was Georg David Anthon (1781). Overigens verrezen alle gebouwen van beteekenis in Kopenhagen. Kaspar Frederik Harsdorff (1735-1799) vat de Kolonnade bij de Amaliënborg op in Jonisch-hellenistischen geest.

Twee kerken van beteekenis werden door Christiaan Frederik Hansen (1756— 1845) gebouwd, n.1. de Slotkerk (1826), klassicistisch met vierzuilig portaal, en de zeer fraaie Vrouwekerk (1829), een basiliek met apsis en zijbeuken, die naar den hoofdbeuk openen, beneden met vierkante pijlers, boven met Dorische zuilen. Het tongewelf is. evenals de apsis, ingedeeld door kasetten. Prachtig beeldhouwwerk van Thorwaldsen, en vooral het zegenende Christusbeeld in de apsis, beheerschen het geheele inwendige op voorname wijze. Ook voor deze kerk staat een strenge vierzuilige porticus.

Ten slotte zijn nog een tweetal musea belangrijk, n.1. het streng hellenistische Natuurhistorische museum door Christiaan Hansen (1803-1883) en het eentonige, zwaar Etruskische Thorwaldsen museum (1848), door Bindesböll.

Sluiten