Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

904

NEO-ROMAANSCH, NEO-GOTHIEK, NEO-RENAISSANCE, MODERNE BOUWKUNST.

Fig. 1014. Dom te Berlijn.

Fig, 1015. Ingang van een school te München-Schwabing. (Naar Joseph).

DUITSCHLAND.

Berlijn. Friedrich Aug. Stüler (1800—1865) bouwt vele kerken. De Jacobikerk (1845) is een basiliek, met drie apsiden en één toren, naast de kerk geplaatst. Een jaar later, in 1846, werd de Matthaïkerk, geheel van baksteen, opgetrokken, eveneens met één toren, maar in de hoofdas geplaatst. Zijn zeer geslaagde Markuskerk (1848), alweer met één toren, is een Romaansche centraalbouw. Heinr.

Strack (1804—1880), die klassicist was, vatte zijn Petrikerk (1850) in Gothischen stijl op, maar is slecht geslaagd. De Michaëlskerk (1856), Italiaansch-Romaansch, door Aug. Soller (f 1853), is een drie-beukige kruiskerk met koepel. Zeer fraaie kerken bouwde Fr. Adler (1827—1908). Gothisch is zijn Christuskerk (1864). Aan de Thomaskerk (1869), Romaansch, met klaverbladvormig koor, twee geveltorens en kruiskoepel, paste hij dwerggaanderijen toe. Nieuw is zijn vinding om, door het naar binnen plaatsen van de steunbeeren, een smallen omgang aan te brengen.

Ed. Knoblauch (1801 —1865) verwerkt in de Nieuwe Synagoge (1866) Arablsch-Moorsche vormen (zooals algemeen gebruikelijk werd), terwijl hij tevens ijzerconstructies toepaste. Modern-Romaansch is de door Möller ontworpen en door Aug. Orth (1828 — 1902) in 1873 uitgevoerde Zionskerk. Kruisvormig, met koepel, is de in 1888 door Joh. Otzeö gebouwde H. Kruiskerk, terwijl zijn Gothische Geor gekerk (1897) een toren bezit van 104 M. die de hoogste is te Berlijn. Eveneens Romaansch is de Genadekerk (1895) door Spitta, en de groote Keizer Wilhelm Gedachteniskerk in hetzelfde jaar door Fr. Schwechten.

Julius C. Raschdorff (1823—1915) voltooit in 1905 de grootste Berlijnsche kerk, den Fig. 1014. Dom, grootsch. maar niet geheel geslaagd, in Italiaanschen-Hoog-Renaissance stijl. De met behulp van ijzer geconstrueerde koepel heeft een middellijn van 33 M., en een hoogte van 74 M„ de lantaarn medegerekend.

Sluiten