is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooneel der eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72

gezonden generaals waren voor hun taak niet berekend door hun eigenbaat en trouweloosheid. Eerst toen S c i p i o het opperbevel aanvaardde, ging het anders. In 133 veroverde hij Numantia, het bolwerk der inboorlingen. Na de onderwerping is Spanje langzamerhand geromaniseerd* het kwam tót hoogen bloei.

Derde Punische oorlog, 149—146. Carthago wekte door zijn drukken handel de jaloerschheid der Romeinsche équites. Zij zochten een oorlog. Hun handlanger werd Massinissa, de sluwe koning van Numidië. Voortdurend deed hij invallen in het klein gebied van Carthago en de équites zorgden wel, dat Rome hem in alle geschillen gelijk gaf. Immers, Carthago mocht geen oorlog voeren en kon dus alleen bij den senaat bescherming zoeken. C a t o heeft het drijven der bankiers gesteund door zijn ijveren voor hun toeleg -■). Jarenlang verdroeg Carthago dit schandelijk onrecht, het kon aan geen oorlog meer denken. Maar eindelijk liep de maat over. In 150 deed Massinissa weer een inval, de Carthagers grepen naar de wapenen, onmiddellijk eischte de senaat verantwoording. Zware eischen werden van de Puniërs gevergd: 300 gijzelaars, alle wapens, en toen nog: breek de stad af en bouw haar drie uur landwaarts in weer op.

Dat was voor de vaderlandsliefde der uitgetarte ,.Carthagers te veel. Onder protest wierpen zij zich met de wanhoop der vertwijfeling op de verdediging van hun stad. De derde Punische oorlog, 149—146, brak uit. Lang leden de onbekwame Romeinsche veldheeren niets dan nederlagen, totdat eindelijk P u b 1 i u s Cornelius Scipio Aemilianus het bevel overnam, de vloot van Carthago versloeg en de stad ten slotte stormenderhand veroverde. Zes dagen duurde de grimmige strijd in de straten. Misschien heeft één tiende der bevolking de vernietiging overleefd. De stad is met deh'~grond gelijk gemaakt, en haar gebied werd de provincie A f r i c a.

Er bleef in het Westen geen concurrent meer over, die tegen het grootkapitaal te Rome op kon. Er was er nog een in het Oosten: Corinthe.

Griekenland ingelijfd, 146. Een opstand in Macedonië had aan den senaat in 148 de gelegenheid gegeven dit land in te lijven, maar ook de Grieken bleven voortdurend in lijdelijk verzet. Toen de Romeinsche gezanten tussehenbeiden kwamen in een twist van den

1) „Ceterum censeo Carthaginem esse delendam".-