Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. TWEEDE HOOFDSTUK.

VAN DE ONTBINDING VAN HET FRANKISCH RIJK TOT HET EINDE DER KRUISTOCHTEN.

± 90c*—± 1300. § 1. De Noormannen.

Het laatst van allen onder de Germanen treden de Noordsche volkeren in de geschiedenis van Europa meer op den voorgrond. De Denen, Zweden en Noren waren nog heidenen, toen zij hun invallen begonnen.

De oorsaken daarvan zijn deze. Scandinavië en Denemarken leverden aan hun bewoners te weinig, dan dat dezen daarvan in hun onderhoud konden voorzien bij een steeds stijgende bevolking. De Noormannen waren koene zeevaarders, tuk op avontuur en buit, hun roemzucht dreef hen de zee op. Zoolang de heidensche Odinsdienst hen beheerschte, ontging hun het onderscheid tusschen het mijn en dijn tegenover vreemde volkeren. Hun rooftochten moesten voldoening geven aan hun ondernemingslust, de daaruit gehaalde buit voorzien in het tekort aan levensonderhoud.

Groot-Brittannië heeft het eerst met de rampen van de invallen der Noormannen kennis gemaakt, maar na den dood van Karei den Grooten, wanneer het Frankisch rijk zijn weerkracht meer en meer verliest,krijgen de wilde Denen en Scandinaviërs bijna vrij spel. Haast geen land in Europa, waar zij niet geweest zijn: de Noordzeekusten, Frankrijk, Spanje, heel West-Europa hebben zij hun mingewenschte bezoeken gebracht. Niet om veroveringen was het hun te doen, alleen om buit. Maar de volslagen weerloosheid van vele landen verleidde hen hier en daar toch tot veroveringen.

Normandië in WestfFrankenland is door hen gekoloniseerd. Hun aanvoerder R o 11 o had zich gevestigd in de streek rondom Rouaan. De stad sloot een verdrag met hem. Van dit steunpunt uit plunderden de Noormannen er in heel Frankrijk lustig op los,