Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt hij tot het voor piano transponeeren van deze „Caprices" in zijn „Paganinüetuden".*)

Behalve een reeks van zes prachtige pianistische bravour* stukken, waaronder de „Campanella" en de laatste (en die vooral om het thema, dat Brahms koos voor zijn „Paganini va* riaties2) het bekendst zijn geworden, schiejJ Liszt hiermede meteen een nieuwe wijze van „transponeeren" van instromen* taie muziek voor de piano, wat vroeger alleen noot*getrouw ge* schiedde, waarmede noch de artistieke waarde van het origi* neel noch die van de klavieroverzetting gebaat waren.

Nog een andere overzetting van een instrumentaal werk op het klavier heeft Liszt tijdens zijn studie van Paganini onder* nomen: de „partition de piano" van Berlioz's „Symphonie fantastique", waarin hij „het orkest stap voor stap wil volgen, zóó dat dit ten slotte alleen het voordeel van de massawerking en verscheidenheid van klank overhield", zooals hij aan Adolphe Pictet bericht. Hoe prachtig Liszt deze bewerking is gelukt be* wees wel het feit dat Schumann, die de symphonie het eerst door deze klavieroverzetting leerde kennen, door haar nieuwheid en stoutmoedigheid in geestdrift ontbrandde, daar hij er dadelijk een volslagen duidelijk beeld uit had ge* kregen. Het feit, dat deze klavier*partituur alleen door Liszt zelf speelbaar bleek was in dit geval een minder bezwaar, daar Liszt er een propaganda voor het werk van Berlioz mede be* oogde dat bij, door het op zijn concerten voor te dragen, al* gemeen onder de aandacht kon brengen. Want Liszt was door de kennismaking met Berlioz's muziek voor diens genie on* middellijk gewonnen. „Liszt is de naaste geestverwant van Berlioz en weet diens muziek het best te vertolken" schrijft Heine. Op een concert hebben Berlioz en Liszt elkaar reeds stormachtig omhelsd, tot spot van het publiek. Liszt, de enthou* siaste jongeÜng, stelt zich onmiddellijk als strijder ter zijde van dezen vulkanischen en dollen geest, waarin hij de ware muziek van zijn tijd hoort en van wien hij een groote revolutie in de muzikale schepping verwacht. Liszt is zijn eenmaal verpand woord van trouw nagekomen tot in de laatste jaren van zijn openbare werkzaamheid: hij bleef de pionier voor Berüoz' muziek waar de gelegenheid daartoe zich slechts aanbood en hü verliet haar zelfs niet voor Wagner.

*) De uitgave, die wij thans bezitten, is de tweede bewerking, die van 1838, en zij werd nog eens omgewerkt in 1851. De eerste bewerking, die Liszt kort na Paganini's optreden maakte, bleef ongedrukt . . ,

*) „De variaties van Brahms zijn veel beter dan mijne „Paganim-studien , bekende Liszt edelmoedig, „hoewel ze ook veel later en na kennisname van mijn werk zijn geschreven." Liszt hield overigens niet van Brahms. „Zijn muziek ts m\ te hygiënisch," zei hij.

52

Sluiten