Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

renstallen der philosophie" heeft veroorloofd. Te Venetië ook hoort Liszt de tijding van de overstroomingen in Hongarije. De idealist in hem ontwaakt vol enthousiasme voor zijn vader* land, een woord dat hem thans eerst duidelijk wordt, zoo zegt hij. Hij wil alles zenden wat hij heeft, ,jnaar ik bezit niets dan mijn tien vingers". Liszt vertrekt naar Weenen, waar hij hef* dadigheidsconcerten wil geven. Marie, die zich ongesteld voelt, mokt: ,Jiij snelt armen te hulp, die door anderen geholpen kun» nen worden, en mij, arme zieke, wie zal mij helpen?" Zelfs zijn succes daarginder, als zij hoort dat hij te Weenen 100.000 francs voor de geteisterde stad Pest heeft verzameld, verbittert haar: „hij kan een fortuin verdienen — voor anderen!" Nieuwe verwijderingen. Daniël Stern werpt later in haar Souvenirs alle schuld op Liszt: hij schrijft geen lange brieven, vraagt haar, ter* wijl zij zich half ziek voelt, naar Weenen te komen; als hij terug* komt is hij hard, droog, cynisch, hij praat alleen over vorsten en vrouwen, hij is een „Don Juan*paryenu". Zóó eindigen de harts* tochten.

Te Weenen hoort hem de pianiste Clara Wieck, de latere echtgenoote van Robert Schumann. Zij is opgetogen over „deze man, die met niemand is te vergelijken. Zijn hartstocht kent geen grenzen, niet zelden kwetst hij het schoonheidsges voel, wanneer hij de melodieën uit haar verband rukt. Zijn geest v is groot, zijn kunst is zijn leven". (Liszt heeft op dat concert Schumann's „Phantasiestücke" gespeeld). Hij wordt ook op een concert aan het hof uitgenoodigd (nadat eerst aan de po* litie inlichtingen over den „revolutionnair" Liszt zijn gevraagdl) Op bericht van de ongesteldheid van Marie d'Agoult keert hij naar Venetië terug. Beiden reizen nu naar Lugano, maar komen in October voor langeren tijd in Italië terug.

Italië had Liszt aanvankelijk zonder te veel illusies betre* den. De toestand was in die dagen nog weinig ideaal. In hun kleine vorstendommetjes leefden de prinsen tusschen den dolk van de carbonari en de vergiftigde chocolade der Jezuieten. De hoofdwegen zelfs waren niet veilig; onder de muren van Rome werden de kerkelijke leerlingen door rooversbenden, om het losgeld, opgelicht. Ook in de muziek heerschten nog zeer pri* mitieve toestanden. „Maar bij de levenden niets vindende, wendde ik mij tot de dooden."

Italië heeft Liszt aldus de grootheid van de kunst in de alles* omvattende beteekenis van het woord geopenbaard; in Italië leerde Liszt de rijkdom van kunst en mensch, van cultuur en natuur zien, die hem de sterkste inspiraties geeft voor zijn uhi* verseel kunstenaarschap. „Italië is voor de natuur wat de Venus van Milo voor de kunst is. Men verlaat het nooit meer,

77

Sluiten