is toegevoegd aan je favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

345

gelden, pensioenen of andere uitkeeringen, welke door den veroordeelde periodiek worden genoten, art. 573. Door deze bepaling wordt dus de tenuitvoerlegging van de geldboete als regel hersteld en de vervanging door hechtenis — sinds 1864 bij ons geldende behalve voor zaken van rijksbelasting — tot uitzondering gemaakt

Volgens het tweede lid van art. 578 zal tot verhaal niet worden overgegaan dan na acht dagen, nadat den veroordeelde het voornemen daartoe zal zijn aangezegd bij exploot vanwege den ambtenaar in wiens naam de tenuitvoerlegging geschiedt.

Binnen die acht dagen kan de ambtenaar eene vordering en de veroordeelde een verzoekschrift indienen bij den rechter, die de straf heeft opgelegd, om het bedrag der opgelegde geldboete te verminderen, art. 574. De rechter beslist, het O. M. gehoord, na verhoor of behoorhjke oproeping van den veroordeelde, indien deze het verzoek heeft gedaan. Op eene vordering van het O. M. kan de veroordeelde worden gehoord. Volgens het derde lid van het artikel kan de vermindering slechts gegrond zijn op 's rechters oordeel, dat sinds het uitspreken van de veroordeeling de geldelijke omstandigheden van den veroordeelde dermate zijn veranderd, dat waren zij op genoemd tijdstip aldus geweest, eene lagere boete zou zijn opgelegd.

Bij vermindering van de boete kan de rechter ook de vervangende hechtenis verminderen. Hij moet dit doen, indien anders meer dan één dag voor eiken halven gulden der boete zou in de plaats treden en dus de bepaling van lid 4 van art. 23 Swb. zou worden overtreden.

De beschikking van den rechter is niet aan eenig rechtsmiddel onderworpen.

Art. 575 regelt nader de bij het verhaal op de roerende en onroerende goederen van den verdachte in acht te nemen formaliteiten, in hoofdzaak in aansluiting aan de voorschriften van de artt. 14 en volgende van de wet van 22 Mei 1845 Stb. 22 op de invordering van 's Rijks directe belastingen *). Ik meen daarheen te mogen verwijzen.

*) M. v. T. op het tot de genoemde wet geleid hebbende ontwerp van 12 Februari 1925; W. 11305.

!) M. v. T. bij art. 9 der wet van 1925.