Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

314

VIJFDE HOOFDSTUK

scholen zijn er ook veel Joodsche kinderen (18.16 pct.). In de Russische scholen zijn 10.75 pct. der leerlingen Letten en in de Duitsche 2.82 pct. Een bev/y's, dat bij vele ouders het nationaal gevoel nog zeer zwak is en dat de regeering op schoolgebied geen sterken druk uitoefent.

Een wet van 6 Dec. 1918 regelt het gebruik van het Duitsch en van het Russisch voor de rechtbanken. Gelijkgerechtigd zijn deze talen niet. In elk afzonderlijk geval moeten de advokaten de toelating vragen om in het Russisch te mogen pleiten. De ethnische minderheden zijn te klein om te mogen verwachten, dat in de toekomst de staat niet zal trachten hen te assimileeren. Dat hij zich echter niet zal haasten dezen weg in te slaan, doet het bloeien van het Duitsch en Russisch middelbaar onderwijs vermoeden 24).

De ethnische minderheden hebben eenige bladen, minder echter dan men zou schatten als men bedenkt hoe sterk het Duitsch en het Russisch zich ingeplant hadden als kultuurtalen. In 1922 verschenen 79 Letsche nieuwsbladen en tijdschriften, w.o. drie in het Latgalisch dialect, 8 Duitsche, 5 Russische, 6 Joodsche, 1 Litausch en voor buitenlandsche propaganda een Engelsch ekonomisch tijdschrift. In datzelfde jaar was het aantal nieuwe Letsche boeken overweldigend, 967 tegenover 29 Duitsche, 64 Russische, 3 Fransch, 1 Hebreeuwsch en 7 Engelsche.

De statistiek der dienstplichtigen van 1921, die lezen en schrijven kunnen, stelt den achterstand der Slavische elementen vast. Niet-analphabeten zijn onder de Letten 93.41, Duitschers 97.86, Esten 95.0, Litauers 90.0, Joden 90.63, Polen 82.34 en Russen 79.37 pct., tezamen 91.51. Van de Lijflandsche dienstplichtigen kunnen 98.11 pct. lezen en schrijven, van de Koerlanders 96.81 en van de Latgalen slechts 78..08 pct. Van de kultureele en sociale minderwaardigheid van het Russisch ele-

21) Aan de Duitschers is in Februari 1925 kultureele autonomie verleend.

Sluiten