Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIJN EERSTE SCHOOLJAAR

rend, lag 't volgend oogenblik in mijn handen en nog vóór wij den winkel uit waren, prijkte mijn pink met 't ringetje: de verrassing, binnen die blauwe heerlijkheid geborgen.

Nu hing ik aan vaders arm, waardoor ik dichter bij hem kon zijn dan wanneer wij hand aan hand hepen: het geweldige oogenblik, waarop ik alleen zou zijn onder vreemden, naderde. Maar 't leek mij niets verschrikkelijks; verlegen was ik niet, en niemand — al was hij mij nog zoo vreemd <—> had mij ooit hard of ruw of onvriendelijk behandeld. Ik was als een jong dier, dat nog niet weet, hoe elke vreemde een vijand kan beteekenen!

De meisjesschool, eigendom van en beheerd door een niet meer jonge hoofdonderwijzeres, laat mij haar juffrouw Laak') noemen, was ondergebracht in de suite van een gewoon woonhuis aan de Breestraat. In de gang zagen wij ons terstond omringd door meisjes, die hoeden en mantels aan de kapstokken hingen; maar vóór ik dat voorbeeld had kunnen volgen, werden vader en ik door één van de grootste meisjes in een kamer gelaten, tegenover de twee schoollokalen gelegen.

Hier kwam juffrouw Laak bij ons; duidelijk

J) Alle namen zijn door mij veranderd.

85

Sluiten