Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

geen morgen meer. Het is vreemd en onverklaarbaar anders geworden, maar hoe en wanneer het gebeurd is, dat is aan mijn geest ontgaan...

Eens moet de ik, die ik nu ben, een klein meisje zijn geweest. Soms verbeeld ik mij, dat ik dit nog weet, zooals ik mij somtijds ook verbeeld te weten, dat deze zelfde ikheid eens een ding zal zijn, dat onder den grond gestopt en door de wormen geconsumeerd wordt. Maar al dit weten verbeeld ik mij slechts; in waarheid weet ik niets. In waarheid is al dit, wat mij herinnering lijkt, een ijdel en oncontroleerbaar spel der verbeelding, een oproepen van levensbeelden, die niets meer te maken hebben met het leven van nu.

Is waarlijk de ik, die hier aan de tafel zit en schrijft en het leven van pool tot pool poogt te overzien — belachehjk-hoovaardig en onmachtig bedrijf! — door vele stadia heen gegroeid uit wat eens rood en krijtend in een wieg lag, van niets anders bewust dan van honger en lichamelijk ongemak, en zich onaesthetisch en Onmaatschappelijk gedroeg? Was waarlijk deze ik — men neemt dit nu eenmaal aan, omdat het in de orde der dingen ligt — eens een kind, dat met wijde, verbaasde, misschien wel verlangende oogen de wereld aankeek als een mooi, onbegrijpelijk ding?

176

Sluiten