Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ONBEWUSTE LEVEN

boven de goot gebouwd. Het huis was hoog, en het dak liep schuin, maar we hielden van het gevaar. Ook was moeder niet bang; ze kon met een onbewogen gezicht antwoorden aan een groote verjaarsvisite op de vraag: Waar zijn de kinderen? -* O, die zijn op het dak. —

In de zomervacantie gingen we altijd naar buiten. Gewoonlijk huurden mijn ouders een eenvoudig huisje ergens op de Veluwe. Daar buiten speelden we onze woeste spelletjes en klommen we in de boomen, maar het allerliefste waren mij de groote wandelingen, die haast dagelijks met vader en moeder werden gemaakt. Ook dan had ik het wel, dat ik liefst onzichtbaar zou zijn meegegaan. Soms werd er even overlegd: Zullen we de kleintjes meenemen ? of... en mijn hart beefde. Als men mij thuis het! maar vaders stem kwam dan altijd: Beppie mag mee. — Het buiten-zijn was een bron van zaligheid. Ik hield van de natuur, en dan het loopen daarin! Onze verschillende aankomsten buiten hooren tot de dingen die me het duidelijkst voor oogen staan. Hoe goed kende ik het geluid van wielen over een grintweg, iets dat je in de stad nooit hoort; hoe ontroerde het me, ieder jaar, als ik het Voor het eerst weer opving!

En nu vraag ik me af: hield ik, bewust,

233

Sluiten