Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij stond, de gebalde vuisten opgeheven schuddend, in een land dat waarlijk Armor niet meer was! Verraderlijk had het verderf Armor beslopen* Met de feestelijk ingehaalde sissende en snuivende helledraken was het gekomen, met de treinen die het land doorkruisten en de vreemdelingen brachten, voor wien het volk van stad en dorp herbergen bouwde, weidscher dan de kerken* en die hun* verblufte aangapers, in ruil hun zeden en zonden leerden, hun taal, gretig nagepraat bij het rinkelen der nieuwe goudstukken van beurs naar beurs*

Hel weerlichtte het late inzicht door Yanns brein, schrik en toorn door zijn hart. Onder zijn vruchteloos dolen en droomen was Armor verworden en ook Armors volk! Daarom geen bezieling meer van Armor uit naar hem. Daarom geen lied en geen weerklank meer. Het was alles één rampzalige wisselwerking, die zijn zang had vermoord.

Nu, met zijn ontwaakten blik, zag en overzag hij op eenmaal alles:

Geen dorp of stad geleek meer op wat ze waren; de oudere menschen, triestig en wantrouwig* schenen hun eigen aard te hebben verloren; de jongeren waren met hun driest gebral erger dan de vreemdelingen; en allen roemden dat het koren der velden en de visch der zee nooit schatten had opgebracht als tegenwoordig. Zóó overmatig rolde het geld, dat het ééne deel van het volk verkwistend en lui werd, het andere deel aldoor inhaliger allerlei verzon om maar meer en meer van het goud te vergaren. Ze dunden de bosschen om den vreemdeling wegen te banen voor zijn wagens

64

Sluiten