Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Christus, dien zij meer haat dan zijn bitterste vijand Hem haat!'* Verslagen deinsde Grallon terug*

„Christus, die door u tot haar wil komen".

„Door mij tot haar?..♦♦.. Christus?"

„Christus, die de ongelukkigsten het meest mint, mint Grallon boven Dahuut, daar hij in zijn diep zieleleed ongelukkiger is dan zij in haar zinnelijke wanhoop...... Tot u wil Christus

komen. In u wil Christus wonen. In Zijn armen Zal Hij dragen, wie Hem zal dragen in zijn hart... Uw hart, Grallon, is gelouterd en bereid voor Christus. Christus heeft Grallon hef".

„O Christus, is zóó Uw liefde!" snikte Grallon, zich plat ter aarde werpend. „Ik zie, ik voel, ik weet...... Dit is de liefde, die ik

levenslang vergeefs zocht, en meer, en wonderlijk...... Ik leef niet meer, maar Christus leeft

in mij".

En ook Hiouarn wierp zich ter aarde en snikte} „O Christus, wondere in liefde, red mij van de verschrikking der menschen".

Eerst toen hun vervoering was bezonken en ze neerzaten bij het sterrelend gefonkel van het takkenvuur, dat weerscheen in hun oogen, glanzend van kinderlijke verwachting, begon Corentijn den koning en den slaaf de openbaring Gods en de liefdeleer van Christus te verklaren.

Vele dagen en nachten hoorden ze hem aan in diep-bewogen eerbied, weenend van geluk dat ook hun de Blijde Boodschap verkondigd werd. Soms zei Hiouarn: „Het is alsof ik dit altijd geweten heb, zonder het te kunnen denken".

213

Sluiten