Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

et mutam nequiquam alloquerer cinerem, quandoquidem fortuna mihi tete abstulit ipsum, 5

heu miser indigne frater adempte mihi. nunc tarnen interea haec, prisco quae more parentum

tradita sunt tristi munere ad inferias, accipe fraterno multum manantia fletu

atque in perpetuom, frater, ave atque vale. 10

102.

AAN CORNELIUS.

„Ut kan een geheim bewaren", schrijft de dichter aan een ons onbekenden Cornelius. 't Meest voor de hand ligt, dat Catullus bedoelt, dat hij Cornelius' geheim niet zal verklappen. Friedrich echter ziet in deze verzekering een verzoek aan Cornelius, om 't zelfde te doen. Catullus zou dan bang zijn, dat Cornelius rondbazuinde, wat hij aan dezen over Clodia vertelde.

Si quicquam tacito commissum est fido ab amico,

cuius sit penitus nota fides animi, meque esse invenies illorum iure sacratum,

Corneli, et factum me esse puta Harpocratem.

7. nunc tarnen interea: „neem dan nu tenminste deze geschenken aan" (want met u spreken kan ik niet); interea heeft hier adversatieve beteekenis, vgl. de. Mor. 26. Zie ook Gris, 44.

8. quae tradita sunt: quae ego tibi tradidi. tristi munere: zie de aanteek. bij Carmen 65, 19, p. 25. ad: heeft finale beteekenis.

10. ave atque vale i de afscheidsformule waarmee de treurenden afscheid nemen van den doode, vgl. Verg. Aen. XI, 97: salve aelernum mihi, maxime Patta, aeternumque vale.

102. 1. 81 quicquam . .. i „als een trouwe vriend ooit iets aan een vriend toevertrouwde, die zwijgen kon, . . ."; tacito i dativus.

2. cuius: nadere verklaring van tacito (vs. 1).

3. meque: — me quoque, vgl. 31, 13 gaudete vosque Lydiae lacus undae. illorum: = tacitorum. Iure: „eed"; sacratum: „ingewijd"; het geheim wordt als een mysterie beschouwd.

4. Harpocratem: de Egyptische godheid Horus, de opgaande zon, ook wel Harpocrates genoemd, wordt vaak voorgesteld met den wijsvinger aan den mond en beschouwd als 't symbool van stilzwijgendheid.