Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

arbeid, waarmede ze vervangen werd omdat één spinster met haar arbeid het getouw lang niet voor kon houden, daar dit in één dag verwerkte wat in 8 tot 12 dagen op het wiel was gesponnen. Deze wanverhouding was nog erger geworden door de uitvinding van de schietspoel, waardoor breede stukken konden worden geweven door één man, waar vroeger twee voor noodig waren. In 1764 vond Hargreaves de spinning*jenny uit die met 8 spindels werkte.

Op het einde der eeuw was dat echter al aangegroeid tot 80 spindels. Gaf de spinning Jenny een zeer zwakke draad, anders was dat met de spinmachine (watersframe) van den barbier Arkwright. Deze had tot beginsel het strekken (richten) van de vezels, terwijl ze tusschen walzen van ongelijke groote en snelheid in elkaar werden gerold. De verbeteringen volgden nu elkander snel op, vooral nu met deze machine een sterke katoenen draad kon worden verkregen, die ook gebruikt kon worden als schering, zoodat een geheel katoenen weefsel moge* lijk werd. Maar nu ging het spinnen veel sneller dan het weven, zoodat de verhoudingen waren omgekeerd. Ook dit veranderde weer toen Dr. Cartwright het machinale weefgetouw uitvond en later uitvinders deze machines verbonden aan de stoommachine die toentertijd haar intrede had gedaan in de nijverheid en de plaats had ingenomen van de menschelijke en dierlijke beweeg* kracht, die te voren de werktuigen in beweging hadden gebracht. Dit is het uiterlijke beeld van de industrieele revolutie die zich in die dagen voltrok, terwijl we van het innerlijke beeld reeds een flauwe schets hadden gegeven.

Een en ander had tengevolge dat de productiviteit van den arbeid geweldig steeg, terwijl het arbeidsloon een evenredige daling onderging. Om het beeld te voltooien is het noodig te weten dat net loon van een geoefenden handwever in 't einde der 18e eeuw een 25 shilling be*

Sluiten