Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

Wanneer men nu uitrekent, hoe groot de jaarlijksche toe* en afname is in de verschillende grootte*kIassen, dan krijgt men het volgende resultaat:

Jaarlijksche toes en afname (in procenten).

Jaar Totaal 1—10 H.A. 10—50 H.A. 50 g1 A°"!er

1898 +0.28 % +0.55% —0.20% —0.42%

1904 + 1.36 „ + 1.80 „ — 0.13 „ —1.60 „

1910 + 2.33 „ + 3.08 „ + 0.86 „ + 0.11 „

1921 +0.54,, +0.63,, —0.43,, —1.60,,

Uit deze statistieken blijkt:

a. dat het totaal aantal bedrijven steeds toenam, al was het niet in alle jaren in dezelfde mate;

b. dat het aantal grootbedrijven regelmatig afnam, met uitzondering van de periode 1904—'10.

c. dat het aantal tniddelbedrijven relatief terug liep in drie periodes en dat het slechts in de periode 1904—'10 een kleinen vooruitgang te boeken heeft;

d. dat het aantal kleinbedrijven — zonder eenige onderbreking — regelmatig toenam.

Wanneer men dan tenslotte nog weet, dat het aantal kleinbedrijven

1888 1898 1904 1910 1921

65.9 pCt.

67.1 „

69.8 „

72.2 „

72.9 „

bedroeg van het totaal aantal bedrijven, dan wil het

mij voorkomen, dat een beweging in de richting van het kleinbedrijf niet valt te ontkennen.

Laat ik hier een paar kantteekeningen maken.

w

Sluiten