Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

CHRISTENDOM EN UNIVERSEELE RELIGIE

Het gebrek aan klare onderscheidingen in deze wereld is nog aan een paar punten te illustreeren. De geheele wereld der primitieven, ofschoon eenmaal over de geheele aarde aanwezig, is in hooge mate eentonig. Natuurlijk moet men dit niet overdreven verstaan. Het volstrekt-onderscheidlooze is, zooals van zelf spreekt, nergens. De verschillen in klimaat, landschap, flora en fauna doen reeds terdege hun invloed gevoelen. En wij hebben reden voor de onderscheidingen, die wij maken als b.v. tusschen animisme (geestenvereering), fetischisme (vereering van bepaalde voorwerpen), totemisme (bepaalde dier-waardeering, die niet in een enkel Nederlandsch woord naar behooren is weer te geven), magie enz. Met dit al, deze onderscheidingen missen het duidelijke van de latere religies en culturen. Ten opzichte van die latere is het als een verschil van kinderen en volwassenen, welke eerste ook nog niet onderlinge enderscheiden vertoonen als voor ouderen gewoon zijn.

En ten slotte: ook wat wij zouden kunnen noemen de religieuse voorstellingswereld van den primitieve mist klare onderscheidingen. De gansche wereld geldt hem als bezield, maar dit is nog iets geheel anders dan het latere eigenlijke godengeloof. Terecht zegt Carpenter: „Hoewel zij diep in zich voelden, dat alles leefde, de goden in den meer modernen zin bestonden nauwelijks." *) Hier is een der belangrijke verschillen met Homerus, waar het godengeloof zeer essentieel is. Hetzelfde is op te merken, waar het betreft het hiernamaals. De eigen-

») t. a. p. blz. 95.

Sluiten