Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHRISTENDOM EN UNIVERSEELE RELIGIE

21

twijfelbaar, dat dit in het heden ook waar is van de westersche cultuur eener-, de chineesche en indische anderzijds. Ja zelfs wat betreft de nog nauwelijks geboren russische geldt het naar Spengler's eigen zeggen. Nu kan men van die inwerkingen der verschillende culturen op elkander zeker zeer veel kwaads zeggen: motieven van vreemde culturen werden geheel misverstaan overgenomen, er was verdrukking, scheeve groei werd veroorzaakt (Spengler gebruikt bier dan vakterm pseudomorphose). Maar belangrijker dan de vraag, of de wederzij dsche inwerking den groei der culturen heeft bevorderd of geschaad, lijkt mij de andere, of niet in elk geval hier beïnvloeding meer nadrukkelijk dan Spengler doet en doen wil moet worden geconstateerd. Dan is eerst de andere vraag aan de orde, of die beïnvloeding door de macht van de noodwendigheid schadelijk is dan of de schade hier tot zegen is om te wenden.

Door de in het vorig hoofdstuk gegeven beschouwingen worden wij ertoe gebracht de dingen anders te zien dan Spengler, een anderen loop van het wereldgebeuren veel aannemlijker te achten, al is Spengler's antwoord hierop weer te gissen, n.1. dat wat wij nu onderstellen uit de westersche mentaliteit gesproken is, haar droom en zelfs levensleugen, als zoodanig typeerend voor de westersche cultuur, zonder ook maar iets te bewijzen in het vraagstuk van de verhouding van meerdere culturen. Welke tegenwerping intusschen reeds de juistheid der spenglersche beschouwing onderstelt en dus voor dengene, die hier niet overtuigd is, nog niet beslissend is.

Sluiten