Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

330

BIJLAGEN

algemeene reserverekening, als waarvoor eerstgenoemde rekening ten behoeve van die eigendommen bij den inbreng is gecrediteerd.

Artikel 11

1. Na elk tijdvak van vijf jaren, voor het eerst in 1934, wordt de verkoopwaarde van elk perceel en van elk complex van perceelen, met uitzondering van die, bedoeld in art. 13, geschat. Tengevolge van deze schatting zullen de boekwaardecijfers geen verandering ondergaan; de voordeelige of nadeelige taxatie-verschillen worden op afzonderlijke rekeningen geadministreerd.

2. In het geval, dat de totale taxatiewaarden minder zijn dan de totale boekwaarden zal het verschil, indien en voor zoover het niet kan worden gecompenseerd met het bedrag, dat wegens vroegere mindere waarde door de gemeente uit haar gewone middelen is betaald of voor zoover het niet kan worden gedekt uit de reserverekening voor winst bij verkoopen, in uiterlijk vijf jaren worden afgeschreven ten laste van de rekening van baten en lasten. Het bepaalde in art. 4, tweede lid, vindt geen toepassing ten aanzien van die complexen, waarbij nadeelige verschillen tusschen de boekwaarde en de taxatiewaarde zijn geconstateerd en wel gedurende den tijd, waarin de boekwaarde de geschatte waarde overtreft of daaraan gelijk is.

Artikel 12

1. De volgens deze verordening noodige schattingen hebben plaats door drie, door burgemeester en wethouders voor een door hen te bepalen tijdvak aan te wijzen deskundigen. Zij mogen geen lid van den raad zijn.

2. Kunnen de deskundigen omtrent de aan de onroerende goederen toe te kennen waarde niet tot overeenstemming komen, dan wordt als waarde van het perceel of van het complex van perceelen, waarover verschil van gevoelen bestaat, aangenomen het bedrag, dat verkregen wordt door de som van de door ieder der deskundigen geschatte waarden te deelen door drie.

Artikel 13

1. De in erfpacht uitgegeven of op andere wijze in gebruik gegeven eigendommen, die geacht kunnen worden hun bestem-

Sluiten