is toegevoegd aan uw favorieten.

Toch naar Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

DE LANG VERWACHTE BRIEF.

't Was een heete dag geweest, echt Indisch heet, io2° in de schaduw. Nu, na de schemering, bracht het nachtwindje wat koelte aan van de bergen.

Mevrouw van Duijnen zette zich behaaglijk op de achtergalerij. Daar was het altijd het koelst. Ze had zich nog eens lekker opgefrischt en de hanglamp in den hoek, haar meest geliefde plekje, aangestoken om nog wat te naaien. Geregeld prikte de naald langs het naadje voort. Een lange eenzame avond lag voor haar. Wim was naar bed en haar man nog laat geroepen bij een zwaar gewonde vrouw in de kampong 1).

Tot ver in het rond heerschte stilte en duisternis. Alleen zachte smulsmakjes van een tjitjak2), lieten zich hooren; een wandhagedisje dat tegen den rand van het overstekende dak een dikke vlieg had gevonden. En dan, verder af, zongen honderden krekels in het bosch, boven het eentonig gegons der muggen uit.

Haar man zou het misschien moeilijk hebben. Och die inlanders! Wie weet, hoe ze in hun onkunde de wond al besmeerd en verknoeid hadden met hun toovermiddelen.

Piek, piek, ging de naald. Piek, piek. . . Toen, plotseling, rustte de harid. Me vrouw van Duijnen zag op.

1) Inlandsen dorp.

2) Kleine wandhagedis.

Toch naar Holland. *