is toegevoegd aan uw favorieten.

Toch naar Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

Krak, krak ... knerp, knerp... Een voetstap! Zou het de post wezen? Haar man kon het nog niet zijn. Ze stond vlug op. Als nu de post er eens was. Drie dagen had ze tevergeefs uitgezien.

Steeds had het antwoord geluid, als Daniël, de huisjongen terugkeerde met de posttrommel: „Leeg, Njonja % Leeg. De postboot was nog niet aangekomen. De wind is tegen. En daarbij slechte maan."

Maar nu? Wie weet... De stappen kwamen nader. Daniels zwarte kop knikte al vroolijk van ja, zoodra hij in het lamplicht op de galerij zijn meesteres zag staan vol verwachting uitziende.

Gretig nam ze de trommel over. Die voelde wel licht aan, véél was er dus niet in, maar... haar hart klopte van hoop. Wie weet. . . Een brief uit Holland? Van Vader? ... Ze sloeg het deksel open: één enkele brief slechts lag er in de posttrommel.

Niet uit het Vaderland. Onmiddellijk zag ze dat aan den postzegel. Uit Indië zelf.. .. Van... Ze herkende het schrift en verbleekté.

De enveloppe beefde in haar vingers. Met een zenuwachtigen rits van de schaar reet zij het bovenkantje los. Ze vouwde het velletje open en toen vloog haar blik de regels van het zoo bekende schrift langs. Met angstigen haast verslond ze den inhoud.

Toen viel de brief haar uit de hand. Ze barstte in snikken uit en sloeg de handen voor het gezicht. „Volgende maand al.. . volgende maand al...," hijgde ze. „Mijn arme, arme jongen . . ."

Daar stond het nu. Zwart op wit. Het hart bonsde haar in de keel. „Mijn arme, arme jongen . .. mijn lieve Wim..."

Na enkele oogenblikken keek ze schichtig op.., Hoorde ze daar iets? In Wim's slaapkamer? Ver-

i) Mevrouw.