is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons mooi en nijver Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

water. Geen vijand komt er over. Zes en dertig forten houden de wacht. Eten en drinken is er genoeg." Plotseling hoort Jan een, twee, drie, vier zware kanonschoten, gevolgd door knetterend geweervuur en ratelend tromgeroffel. Van schrik rolt hij onderstboven. Vader-Ooievaar schaterde naast hem. Blauwglans ging op zij, omdat Jan zulke dwaze buitelingen maakte.

„Is er geen oorlog?" vroeg Jan ontsteld, en hij keek verbaasd naar 't Utrechtsche land, dat vredig aan zijn voeten lag. De klok van vier en 't carillon hadden hem gewekt. Beneden trok een bataillon soldaten met trommen de stad uit.

„Wat een droom!" en Jan vertelde zijn vrienden, wat hem overkomen was: een aanval van Duitschland, Frankrijk en Engeland op het kleine Holland. Vader-Ooievaar zei:

„Nu, de verdedigingswerken heb je tenminste onthouden."

9. DE GEVOLGEN VAN EEN WEDSTRIJD.

Op hun reis door Utrecht was maar weinig voor Jan te kijken. Als hij een jongen was geweest, zou hij misschien met veel plezier de boomgaarden aan den Krommen Rijn hebben bewonderd, en dan had hij zeker een appeltje gevraagd. Het oude stadje Wijk bij Duurstede vlogen ze over, en vandaar streken ze brutaal op een schip neer, dat de Lek tot Vreeswijk afvoer, waar Vaartsche Rijn en Zederikkanaal in de rivier komen, en dat dus veel scheepvaart heeft, ,,'t Gaat langzaam, maar 't is gemakkelijk," zei Vader-Ooievaar.

Jan werd al gauw goede vrienden met den schipper. Heel, heel traag ging het schip langs het Zederikkanaal tot aan de vesting Gorinchem met zijn forten en batterijen. Het dochtertje van den schipper liep de stad eens in, om wat brood te koopen.

Gorinchem heeft drukke markten van vee, boter en graan, en 't meisje, dat het heel stil op het schip had, was blij, dat het mocht rondkijken. Daarom bleef 't zoo lang uit. De schipper begon ongerust te worden. Hij zei: