is toegevoegd aan uw favorieten.

Praeadviezen van de heeren Prof. Mr. Dr. A. v. Gijn, Dr. J. A. Nederbragt en J. v. d. Tempel, over de vraag: Moet het tegenwoordig stelsel van bijdragen ongewijzigd worden voortgezet? Zoo neen, welke regeling moet daarvoor in de plaats treden?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

ook op dit gebied, door aanmoediging van en het zich verlaten op het particulier initiatief treedt hier scherp naar voren;

Er bestaan nu twee bijdrage-regelingen, één voor den particulieren bouw en één voor den overheidsbouw, die op verschillend beginsel berusten. Het groote nadeel daarvan stelden wij in het licht. Het zal misschien niet zwaar worden aangeslagen door degenen, die hooge verwachtingen koesteren van de opwekking van het particulier initiatief, die gelooven, dat de activiteit daarvan zal aanhouden, als de particuliere bouwerij „maar eenmaal op gang is gebracht".

Wij hebben in den breede aangegeven waarom wij dat geloof niet kunnen deelen. Het particulier initiatief zal weer inslapen, zoodra ruime buitengewone hulp uitblijft. Het is niet in staat op woninggebied afdoende voorziening te brengen. Het is op dit gebied schromelijk te kort geschoten in ons land, vóór den oorlog, vóór de werking der Woningwet; het schiet op dit gebied te kort, telkens weer, in alle landen. Alleen door duurzame, planmatige bemoeiing van gemeenschapswege, door de consequenties van den toestand ten volle te aanvaarden en de voortbrenging op groote schaal te organiseeren, kan oplossing van dit geweldige vraagstuk worden verkregen.

Naar onze meening is de afwijkende bijdrage-regeling voor den particulieren bouw slechts te aanvaarden als tijdelijke noodmaatregel, omdat, men, voortdurend hinkende op twee gedachten, voor andere maatregelen niet geoutilleerd was. Veel beter zou het o.i. zijn wanneer ook de middenstandsbouw, voorzoover het Rijk in de kosten daarvan gedurende den overgangstijd moet bijdragen, door vereenigingen, uitsluitend voor dit doel werkzaam, of door de gemeenten, werd ter hand genomen en daarbij een regeling werd gevolgd, aansluitende bij die, geldende voor den bouw volgens het voorschot-stelsel. Zoo zou tevens de weg worden gebaand om, in het algemeen verband, te komen tot eene planmatige voorziening ook in de woningbehoefte van den kleinen middenstand.

CONCLUSIE

Wij concludeeren: a. De huidige, sedert 1914 zoo zeer verscherpte woningnood maakt de toepassing van een bijdrage-regeling, als is neergelegd in de Ministeriëele circulaire van 25 Juni 1919 onvermijdelijk; alleen op deze wijze kan ononderbroken woningbouw op groote schaal worden verkregen. De financiëele lasten, welke daaruit voor Rijk en gemeenten voortvloeien, moeten als een gevolg van den wereldoorlog worden aanvaard.