Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS VAN ZUID-AMERIKA.

15

Het volk was middelmatig beschaafd; groote gebouwen, doch zonder ornamenteele waarde, werden gesticht, goede bergpaden verbonden dè provincies met de hoofdstad; goud en zilver werd in fraaie vorm gesmeed, doch ijzer was onbekend.

Wetten en staatsbestuur bestonden in vrij ontwikkelden vorm, en een rijkstaal, het Quichua, was ingevoerd als correctief op de vele dialecten, doch voor lezen en schrijven had men geen noemenswaarde middelen.

Deze tocht van Pizarro langs de kust had aan beide kanten succes; de veroveraar berekende reeds de waarde van wat het land aan edel metaal moest bevatten. En de inboorlingen waren diep onder den indruk van de bleeke.baarddragende vreemdelingen met hun blinkende harnassen en donderende wapenen. Een neger in den troep trok zeer de aandacht, evenals een kraaiende haan. Men bleek de menschen zoowel als de dieren voor bovennatuurhjke wezens te houden, doch stelde hen herhaaldelijk op de proef; zoo werd een gevangen jaguar op hen losgelaten, maar het beest bleek veel banger voor de Spanjaarden te zijn dan deze voor hem.

Terwijl de Spanjaarden aan de metaal-arme Plata-rivier dus door weerbare Indianen bestreden werden, viel hun aan de kusten van het goudland een feestelijke ontvangst ten deel. Overal kwamen balsas (dit zijn zeildragende vlotten, in Noord-Brazilië als jangadas bekend) vol levensmiddelen langszij, en alom werden geschenken uitgewisseld. Doch Pizarro, die inzag, dat hij met zijn zwakke troepje (dat inmiddels tot ëén schip geslonken was) niets vermocht tegen het toen zoo krachtige Inca-rijk, hield zich zeer bescheiden, en maakte zelfs tegen kostbare geschenken bezwaar, zijn ware bedoelingen tot later verbergend. Doch hij weet thans wat hij weten wil; in 1527 gaat hij naar Spanje, en verkrijgt in 1529 van Karei V, die bij zijn eerzuchtige Europeesche plannen best wat goud gebruiken kon, een concessie ter verovering van het land, waarvan hij een paar inboorlingen, eenige kunstige weefsels en gouden sieraden had meegebracht. Zoo vertrekt dan in 1531 een nieuwe expeditie vanuit Panamd, twee schepen met 180 man en 27 paarden. Echter zou misschien ook deze strijdmacht niet voldoende zijn geweest wanneer niet ondertusschen het Inca-rijk zelf op zijn grondvesten aan het wankelen was gebracht door eenburgeroorlog. De laatste groote Inca, Huayna Capac, had in strijd met de tradities zijn rijk bij zijn dood (1525) verdeeld onder

Sluiten