is toegevoegd aan je favorieten.

Geestelijk dagboek van Lucie Christine, 1870-1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

296

VIJFTIENDE SCHRIFT

der vermogens van de ziel en ook uit die duisternissen, waarin de ziel dikwijls gedompeld ligt, blijkt, naar ik meen, dat God van haar, tegenwoordig meer als gewoonte vraagt het gebed van zuiver geloof, waarin Hij zonder twijfel dicht bij haar is, maar zonder zich meer te doen gevoelen ; ik meen, dat dit moet bijdragen om de ziel van hare ellende te zuiveren. Hij zij gezegend 1

1 Januari 1895. O God van hefde, geef dat ik inwendig leef met u boven alle dingen en dat ik u moge laten doorschijnen voor de anderen.

6 Februari. Weer veertien dagen zonder mis, zonder

Communie, en met veel ellende Het schijnt mij, dat

mijn ziel zich beter schikt in haar verdrukking, V} en dat ik eiken dag den wil van God over mij meer hefheb.

10 Februari. De Heer heeft mij een inwendige les gegeven. En wel deze, dat zij die zich niet voldoende schikken in den wil van God, daardoor de voor hen bestemde genade kunnen tegenhouden; omdat God in zijn barmharitgheid zich dikwijls onthoudt om ons de beproevingen te zenden, welke Hij ziet dat wij niet goed zouden verdragen en die toch voor ons de voorwaarde zouden geweest zijn van nieuwe genade, indien wij ze hadden kunnen aanvaarden.

Volgens deze waarheid gebeurt het dan ook dikwijls dat na een akte van volkomen en edelmoedige overgave aan God, Hij ons een hjden stuurt, omdat het gebed zeker zoowel het kruis heeft aangetrokken als de genade om het met hefde te kunnen dragen.

"J Sinds eenigen tijd vermindert het gezicht van Lucie belangrijk ; alles was haar ontzegd, zij kon zelfs de gezichten der kleinkinderen niet meer onderscheiden.