is toegevoegd aan uw favorieten.

Bronnen voor de geschiedenis der kerkelijke rechtspraak in het bisdom Utrecht in de Middeleeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORWOORD.

De Provinciale en Synodale Statuten.

Overeenkomstig de in 1906 gedane belofte *) volgen thans in een vierde afdeeling de synodale statuten. Kortheidshalve is toen alleen gesproken van deze en niet ook van de provinciale statuten, welke men eveneens in dit deel aantreft. De toelichting toch, waarom ook deze meer algemeene voorschriften worden opgenomen, behoorde niet in de algemeene vermelding'van ons werkprogramma thuis; en zonder toelichting zou de vraag onbeantwoord zijn gebleven, waarom deze uitbreiding niet alleen geoorloofd maar zelfs verplicht is. En daarnevens de vraag, waarom nog enkele andere stukken worden opgenomen, welke evenmin synodale statuten zijn. Het is hier de plaats, op deze vragen antwoord te geven.

Mijne uitgave der synodale statuten is niet de eerste. Behalve in 17de eeuwsche en jongere werken, welke onvolledige publicatiën gaven, bestaan van deze voorschriften twee 15de eeuwsche wiegedrukken, de eene (goudsche) d.d. 1484, de andere (bepaaldelijk bestemd voor wereldlijke en kerkelijke rechters in Friesland) uit ongeveer dienzelfden tijd. Deze verzamelingen zijn niet willekeurig samengesteld, maar bevatten de statuten en andere voorschriften, welke de kerkelijke rechters bij de uitoefening van hun ambt dagelijks moesten raadplegen. Die uitgaven wijzen — in verband met het telkens herhaalde voorschrift in de statuten, dat de provisoren en dekens en ook de parochiegeestelijken een exemplaar der statuten moesten bezitten, — op hun doel: aan de genoemde personen een gemakkelijk te gebruiken exemplaar te verschaffen. Zij vormden een handboekje bij de uitoefening der kerkelijke rechtspraak. Maar daardoor

1) Zie het voorwoord tot het eerste deel dezer uitgave.