Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Emma stond op om de kinderen naar bed te brengen.

„Tante moet mee naar boven," vleiden zij.

„Natuurlijk," viel Willy in.

„Geef je me eerst een kop thee?" vroeg van Voorten aan zijne vrouw: „als jullie beneden komt zal ik wel weg zijn."

„Ga je uit?" vroeg Willy.

„Ja, 't is soosavond."

„In die warmte?"

„Nu ja, dan zitten we buiten te praten."

„Kan je niet thuisblijven den eersten avond dat Willy er is?" vroeg Emma kalm, zonder eenig ongeduld.

Van Voorten bleef voortschommelen in zijn stoel.

„Wil blijft gelukkig nog heel veel avonden, en ik vind 't juist heel prettig, dat jij zoodoende gezelschap hebt."

„Ja, daar stoor je je nogal aan!" Er klonk een heel klein beetje bitterheid in Emma's toon.

Willy liep vroolijk met de jongens naar boven onder stoeien en lachen; Emma volgde bedaarder.

„Hoe komt Edo er bij, om nu naar de soos te gaan?" vroeg Willy, toen ze weer met Emma in de serre zat. „'t Is hier zoo heerlijk koel en rustig zitten."

Emma schonk bedaard thee.

„Och, hij is 't nu eenmaal gewoon, hij spreekt daar heeren; hij is bijna altijd 's avonds uit, als we geen visite hebben en nergens gevraagd zijn."

„Vindt je dat niet erg ongezellig?"

„Soms wel, vooral omdat je op eene kleine plaats nooit zooveel kennissen kunt hebben als je wilt. Maar ik ga toch ook nogal eens naar mijne dames-kennissen, of ze komen hier, of ik heb een

Sluiten