Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

logée. Wat zouden we er ook aan hebben, avond aan avond met ons beidjes hier te zitten, je weet niet meer wat je praten moet."

Willy keek een oogenblik peinzend voor zich.

„Overdag zien jullie elkaar toch ook zooveel niet."

Emma glimlachte.

„Natuurlijk niet, maar op 't kantoor doet Edo gewoonlijk niet zooveel Mof op voor een heelen avond conversatie met mij. En bovendien, hij mag wel wat variatie hebben; ik zoek mij ook te amuseeren als ik er de gelegenheid voor heb. En vertel nu eens, hoe alle kennissen in Boschvoort het maken."

Het was een regenachtige middag in September, de lucht zwaar, grauw en droevig, als schreiend reeds over het afscheid van den zomer dat naderkwam; de dahlia's in den tuin, zwaar en nat, bogen hunne hoofden naar den grond; het groote perk flox was verregend, verwaaid, geleek een verdord bouquet, door den zomer weggeworpen, als niet meer geschikt om zijn opvolger te tooien.

Willy en Emma zaten in de serre; de zwoele lucht stroomde binnen door een open deur, bracht vochtige dampen mee, die neerdrukten; de kinderen speelden met de meid in de kinderkamer, hunne schrille stemmetjes nu en dan hoog opklinkend, doordringend tot in de serre.

Emma zat te borduren; Willy had een boek in de hand, maar leunde achterover, hare oogen groot en droomerig starend naar buiten.

„Wat een saai dagje," zei Emma; ,,'t is al net als gisteren. Jammer, Wil, dat je 't de laatste dagen juist zoo slecht treft, maar je moet toch nog een'

Sluiten