Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

Notaris van Meersen zat in zijne huiskamer de courant in te zien; hij was in rok en witte das, zijne handschoenen naast zich op tafel.

Even keek hij naar de pendule, die acht uur wees; toen weer voor zich in zijne courant.

Hij was ruim vijftig jaar, een knap man nog, zijn haar slechts even vergrijsd, zijn gestalte recht en krachtig. Maar hij hield 't hoofd een weinig gebogen, en in zijn gezicht was een trek van berusting, als van iemand, die veel heeft moeten dulden en eerst langzamerhand geleerd heeft zich te schikken; in de uitdrukking zijner oogen was iets afgetrokkens en onzekers, alsof zijne gedachten telkens af wilden dwalen naar iets buiten hunne naaste omgeving.

Zóó was hij in den huiselijken kring en in den dagelijkschen omgang met vrienden en bekenden; doch al dat onzekere verdween als hij over zaken sprak, als zijn notariëele raad of hulp werd ingeroepen. Dan was hij beslist in zijn optreden, taai vasthoudend aan eene opvatting, dikwijls meer raad gevend dan gevraagd werd, gereed eindelooze berekeningen te maken om te bewijzen, dat hij gelijk had. Hij scheen dan eerst geheel zichzelf te zijn, zonder den druk, die in het gewone leven op hem lag.

Hij keek weer op toen de kamerdeur openging.

Willy kwam binnen in een teerblauw balkleedje, dat haar iets fijns en lichts gaf; de japon was zonder versiering van kant of dons; van den eenen schouder hing een korte guirlande van kleine zacht-gele irissen, om haar hals droeg zij

Sluiten