Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld bezighielden, en langzamerhand begon men zich te buigen voor den wil van mevrouw van Meersen.

Ook thuis regeerde zij met denzelfden ijzeren scepter; haar man leerde, om vrede te houden, zich schikken en plooien, geheel zijn wil opgeven voor de hare; hij voelde zich dikwijls vreemd in zijn eigen huis, blij als hij op 't kantoor kon zijn, waar hij tenminste vrij was, te doen wat hij wilde.

Hij keek nu even naar zijne vrouw, toen weer in de courant.

„Hoe vind u ma's japon?" vroeg Willy.

„Prachtig," zeide hij afgetrokken.

„Och kind," viel mevrouw in, „daar heeft pa immers in 't geheel geen verstand van." En met een zachte dringerigheid in hare stem, die haar ongeduld verried:

„Gerard, zou je nu niet opstaan? Wij zijn klaar, en 't is bij half negen."

De heer van Meersen stond op, met iets slachtofferachtigs zijne courant dichtvouwend.

„Is het rijtuig er?" vroeg hij.

„Hoe wil ik dat weten? Ik dacht dat je daar wel eens naar gekeken zoudt hebben."

Willy was de kamer al uit.

„Het rijtuig is vóór," riep ze, „maar o, 't sneeuwt zoo; er mocht wel een looper gelegd worden."

„Als je de bruid bent, hoor libelletje," zei haar vader schertsend.

„O ja, dan natuurlijk."

Mevrouw keek naar Willy, zuchtte even licht.

„Wanneer zal dat gebeuren?"

Willy's oogen staarden een oogenblik in die harer moeder met een vraag, die zich ook naar hare lippen drong:

Sluiten