Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er waren al vele gasten, toen de familie van Meersen binnenkwam; de wanden van de zaal waren gedrapeerd met lichte, dunne stoffen, waartusschen veelkleurige waaiers en groote papieren vlinders; in een hoek een priƫeltje van groen en bloemen, waarin het jong-verloofde paar stond. Willy keek Lize en van Marle nauwlettend aan, terwijl ze hen groette; ze zocht te ontdekken den sfeer van licht, die hen nu moest omgeven, hen afsluitend van de buitenwereld ; en ze voelde zich een weinig teleurgesteld.

Lize's gezichtje was niet minder onbeduidend dan gewoonlijk; het droeg geen uitdrukking van hoog geluk; ze keek opgeruimd, een trekje van voldaanheid om haren mond. Of was dit geluk?

Misschien ook verborgen zij hun liefdeleven in zich als een schat. Maar kon dat wel? kon men zulk een rijkdom in zich verborgen houden, zonder dat er iets van naar buiten straalde?

Ze had niet veel tijd hierover na te denken; ze moest kennissen begroeten, door den ceremoniemeester voorgesteld worden aan vreemden.

Toch was er iets werktuigelijks in haar buigen, handengeven, lachen en praten met de jongelui, die hunne namen in haar balboekje schreven; hare oogen zwierven door de zaal als onbewust zoekend.

Plotseling een schok, die haar hart sneller deed kloppen, het bloed naar haar gezicht joeg.

Een jong artillerie-officier kwam binnen, begroette haastig den heer en mevrouw Opfers, Lize en van Marle, kwam toen snel naar haar toe.

Het was een breede gestalte, niet lang, maar heel forsch gebouwd; zijn gezicht regelmatig, met eene brutale scherpte van trekken, vooral om den

Sluiten