Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mond, die zich niet liet bedekken door den dunnen blonden knevel; de oogen waren donker, schitterend van passie, als met geweld de aandacht vragend.

Willy hield haar hoofd een weinig afgewend, pratend met een jong meisje naast haar, maar voelde hem nader komen.

„Dag Willy."

Ze keerde zich om, stond op, reikte hem de hand, bijna zonder hem aan te zien.

„Dag Rudolf, hoe gaat 'tl"

„Ik ben zoo laat," zei hij zacht, geagiteerd, „je hebt toch nog niet al je dansen weggegeven ?"

„O nee," antwoordde ze, weer plaatsnemend, terwijl ze haar waaier heen en weer bewoog.

„Geef mij den eersten wals en den souperdans; mag ik je boekje?"

Ze reikte het hem, zag even naar hem op, maar boog haastig weer het hoofd, als verschrikt voor zijne oogen, die in de hare schenen te dringen.

Hij zag het boekje in.

„De souperdans is al ingevuld," zei hij met ongeduldige teleurstelling in zijn toon.

„Ja, ja, Schepers, dat heb ik je afgewonnen." viel lachend Willem Stennen in, die naast Willy zat.

„Maar de eerste wals is nog open," zei Willy haastig, met iets als eene verontschuldiging in haar toon.

Ze had Rudolf Schepers al twee winters vóór dezen ontmoet, als hij in Boschvoort logeerde bij zijn voogd; haar omgang met hem was niet anders dan met andere jongelui, vroolijk, oppervlakkig, met een tintje flirtation nu en dan, die geen indruk naliet.

Maar dezen winter was het dadelijk anders geweest; ze had hem 't eerst weer ontmoet een

R.L. 2

Sluiten