Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paar weken geleden op een whist-avondje bij den dokter; en dadelijk had ze in zijne oogen eene uitdrukking van bevreemding gezien, alsof hij haar veranderd vond.

Ze hadden gewhist als partners, en onophoudelijk voelde ze, dat hij haar aankeek; het had haar onrustig gemaakt, en een vreemde emotie in haar gewekt, die ze niet kon ontleden.

Ze bleef er door aan hem denken, telkens weer verlangen naar die emotie, die toch een onaangenaam gevoel naliet. Tot nu toe was dit alles niet sterk in haar geweest, niet als een machtig gevoel, dat haar ziel geheel beheerschte; maar nu in eens werd het dit, terwijl ze hem zag binnenkomen, haar naderen, zijne oogen voelde dringen in de hare.

Ze wist zich nu overheerscht door de emotie, die tot nu toe nog zwak was geweest en vaag; ze voelde haar nu als angst en tegelijk als onweerstaanbaar verlangen, machtiger dan haar wil.

Ze praatte en lachte door, maar werktuigelijk, alleen met haar lichaam; haar ziel was geheel vervuld door dien angst en dat verlangen; ze liep naast haar cavalier in de polonaise, schrikte toen ‚Äěchangez de dame!" werd gecommandeerd.

Nu rustte hare hand op Rudolfs arm; ze hield de oogen neergeslagen, niet durvend hem aanzien.

Hij sprak niet in die enkele oogenblikken, maar ze voelde zijne oogen met hun passieblik rusten op hare gestalte, haar blooten hals, haar gloeiend gezicht; de angst werd 't sterkst in haar: ze wilde wegloopen, haar sortie omslaan en zich ergens verbergen, maar ze wist zelve, dat 't onmogelijk zou zijn, want naast den angst was het verlangen in haar.

Sluiten