Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dan ben ik ook te jong om te trouwen."

„O maar, je zoudt morgen ook nog niet trouwen ; in den engagementstijd zou de liefde wel komen."

Willy stond op, ging naar het raam.

„Och mama, laat ons daar niet meer over spreken, we zullen het toch nooit eens worden."

Mevrouw kon zich niet langer bedaard houden. Willy's koppigheid was onuitstaanbaar.

„Dat komt, dat jij zoo'n dwaas kind bent; ik weet niet waar je die geëxalteerde ideeën vandaan haalt; dat is nu al het derde goede aanzoek, dat je afslaat, voor niets. Je hadt ten minste aan Schepers kunnen zeggen dat je er over denken wilde, en dan probeeren of je van hem kondt houden. Ik verzeker je, als ik zoo was geweest, zou ik ook niet geworden zijn wat ik nu ben. Denk je, dat ik niets op papa aan te merken had? Maar ik begreep, dat het volmaakte niet te vinden is. Jij verbeeldt je, dat je van alles het allerbeste moet hebben ; je bent te veel in weelde grootgebracht; ik had anders met je moeten doen, je moeten leeren niet zulke hooge eischen te stellen; maar ik dacht, dat je net was als Emma..."

Willy was naast hare moeder komen staan.

„Mama," zei ze zacht, „u begrijpt me heusch verkeerd. Ik verlang geen volmaakten man, maar ik wil mijn man echt liefhebben. Toe mama, laat me daarin mijn eigen zin doen; u verlangt toch niet zóó, mij kwijt te zijn?"

„Natuurlijk niet; het is voor je eigen bestwil dat ik 't verlang."

„Dat weet ik wel, maar daarom kan ik alleen zelf beslissen. Laten we nu niet meer over Schepers praten ..."

Sluiten