Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werken, dicht aan den weg, zoodat ze de voorbijgangers zien kon.

Willy liep naar haar toe om de bloemen te laten zien; twee heeren gingen voorbij, de een keek naar het naambordje op de deur, zeide iets tot den ander; toen, de dames ziende, groetten beiden.

„Wie zijn dat, Wil?" vroeg mevrouw fluisterend.

„Ik ken ze niet."

„Waarom groetten ze dan?"

„Misschien omdat ze 't huis zoo hadden aangekeken en ons toen zagen."

Willy had den indruk behouden van eene lange gestalte, met donkere oogen, die op haar gevestigd waren geweest.

Na een oogenblik zei ze:

„O, weet u wat ik denk: het zullen de ingenieurs zijn, die de brug moeten repareeren."

„Hé ja, dat kan zijn; dan is zeker de eene die vriend van Edo, waar Emma over schreef; hij zou ons immers een visite komen maken?"

„O ja; heette hij niet Wardorf?" Willy ging zacht neuriënd naar binnen om hare bloemen in een vaas te schikken.

De beide heeren hadden haar gezien.

„Drommels, Wardorf," zei de een, „dat meisje ziet er lang niet kwaad uit. Als Boschvoort meer zulke schoonheden bezit, zal 't er wel uit te houden zijn."

De ander glimlachte.

,,'t Waren de dames van Meersen, denk ik; de moeder en de zuster van mevrouw van Voorten. Ik denk er gauw een visite te maken."

„Gelukkige kerel, jij hebt altijd introducties."

„Zucht daar maar niet over; je zult hier, als

Sluiten