Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar er bestond geen sympathie tusschen hen.

George Wardorf kreeg altijd het gevoel, alsof hij in Heervelds gezelschap ouder was en ruwer dan anders, alsof dan het laatste verdween, wat in hem was overgebleven van zijne jeugd.

Hij was blij, dat Heerveld slechts kort zou blijven, tot de machines bij het werk aan de brug geplaatst waren; hijzelf zou denkelijk den heelen zomer in Boschvoort doorbrengen. Dat lachte hem toe; hij had altijd veel van de natuur gehouden, ze riep herinneringen in hem op aan zijne kinderjaren, toen hij buiten woonde in een vroolijk druk gezin, hij de jongste van allen en de eenige jongen, het troetelkindje van zijn ouders en de zusters. Later had hij korten tijd alleen met zijn moeder in Den Haag gewoond, tot hij als student in Delft geheel zijn eigen leven ging leven, vrij te doen wat hij wilde, zonder iemand rekenschap verschuldigd te zijn.

Zijne moeder hield hem in geen enkel opzicht terug; hij was altijd haar trots, haar eenige jongen, haar dubbel dierbaar na den dood van haar man; ze zag naar hem op, geloofde in alles het allerbeste van hem.

George wist dit; hij hield innig veel van zijne moeder, en zeker hield de gedachte aan haar hem terug van al te groote afdwalingen; het goede zaad, door zijne gelukkige jeugd in hem gestrooid, was niet geheel verloren gegaan, dat wist hij zelf in zijn beste oogenblikken, maar hij miste de kracht, beter te zijn dan zijn omgeving en hij was te veel gewend zijn eigen zin te volgen om zich eenigen dwang op te leggen.

Hij had een helder hoofd, zijn werkkring was hem lief; dat gaf hem een prettig gevoel van

Sluiten