Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mevrouw knorrig, „hij scheept ons altijd maar met visite op : ik zal hem een boodschap sturen."

George kwam binnen, stelde zich voor aan mevrouw, boog voor Willy. " „Met mijn dochter heeft u al kennis gemaakt, hoor ik," zei mevrouw.

Willy lachte. „Ja, dat was eene grappige ontmoeting."

Ze sprak opgewonden, niet natuurlijk kalm, zooals dien middag.

George voelde zich wat verlegen door de herinnering aan zijne onhandigheid.

„Mijn man is bij den dokter een praatje gaan maken," zei mevrouw en lief-vergoelijkend: „u begrijpt, hij heeft het zoo druk, dan gaat hij 's avonds wel eens graag naar de kennissen. Ik heb geen lust altijd mee te gaan; ik voel me thuis gelukkig. Ik zal even de meid laten zeggen, dat u er is."

Ze ging heen; Willy boog zich over haar haakwerk.

„Juffrouw van Meersen," zei George plotseling, „ik heb zoo'n spijt, dat onze ontmoeting eergisteren zoo geëindigd is. U moet me wel heel dwaas hebben gevonden."

„Waarom ?"

Ze keek niet op, niet willend hem aanzien.

„Omdat ik sprak van die kleingeestigheid."

Ze keek hem nu aan, en met dezelfde kalmte, waarmee ze hem dien middag zijn afscheid had gegeven: „Wel nee; u hadt groot gelijk."

„Dat had ik niet," viel hij levendig in, ,,'twas onzin, maar ik wil toch niet, dat u meheelemaal verkeerd begrijpt. Ik dacht niet aan mezelf, wilt u dat gelooven?"

Sluiten