Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat is 't stil; 't lijkt een sprookjeswereld; 't is of die tocht altijd voort zal duren."

„Kon dat maar," zei George ernstig; „ik heb een gevoel, of ik heel jong ben."

Ze lachtte even.

„Maar dat ben je immers? Ik geloof ten minste, dat je nog ver van tachtig bent."

Hij ging niet in op haar scherts.

„Ik bedoel een kind nog, toen alles nog zoo heel mooi scheen."

Ze werd nu ook ernstig, liet even haar riem rusten en met hare oogen in de zijne:

„O, ja, dat kan natuurlijk niet zoo blijven, maar 't ligt aan ons zelf of we veel van dat mooie willen vasthouden en bewaren."

„Ik wist niet, dat ik er zooveel van bewaard had," fluisterde hij en toen weer zwijgend roeiden ze verder, het kanaal op.

Over het water hing een lichte nevel, als een vochtige sluier; Willy rilde even in haar dunne, witte blouse.

„Zou je mij even dat doekje om willen slaan, Wardorf?"

Hij legde 't haar om de schouders.

„Ik ben blij, dat je 't mij vraagt; ik denk weer aan je gezegde omtrent lastige galanterie."

„Daar is dan 't bewijs, dat ik je als een goede kennis beschouw."

„Waarom zeg je niet als een vriend?"

Ze bloosde even.

„Ik heb je al eens gezegd, welke hooge eischen ik aan vriendschap stel."

„Daarom zou ik het dubbel op prijs stellen als je mij je vriend noemde."

„Ik zou 't wel willen, maar," zei ze met naïeve

Sluiten