Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oprechtheid, „dat zou dadelijk toch anders worden dan ik mij vriendschap had voorgesteld."

„Wil je mij dan toch een genoegen doen? Noem mij George in plaats van Wardorf. Wil je het doen?"

„Ja.... George."

George was blij, dat Heerveld den vorigen dag was heengegaan, en hij dus niemand op zijne kamer vond.

Hij gooide de ramen open, liet zich op een stoel vallen, om hem heen de rust van den zomernacht.

Het dolce far niënte van zijn denken was voorbij hij wilde nadenken, den naam kennen van de nieuwe emotie, die hem vervulde.

Liefde.... was het liefde?

Hij meende toch, dat hij de liefde wel kende; hij had haar al zoo menigmaal ontmoet, in allerlei vormen, zich door haar laten meevoeren, heel ver soms, maar dan was de emotie heel anders geweest.

Als wat hij nu voelde liefde was, moest al dat vroegere iets anders zijn geweest.

En als het geen liefde was, wat was het dan, dat teere zachte gevoel dat hem vervulde als hij bij Willy was, dat verlangen om ernstig en goed te zijn, niet in hare oogen maar in waarheid, de bewondering niet alleen voor haar lichamelijk mooi, maar voor haar innerlijk, waar hij toch nog weinig van kende? Hij wist alleen, dat in haar waren poëzie en reine gedachten, en hij verlangde die alle te leeren kennen om er zijn eigen ziel door te reinigen van al wat daarin laag was.

En als een bekoorlijk visioen zag hij zijn leven vóór zich, met altijd haar bij zich als de zijne, geheel en al, met lichaam en ziel; hij wist dat dan zijn leven goed zou zijn, vrij van laagheid, en tegelijk bègreep hij, dat dit werkelijk liefde was in

Sluiten