Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hoogste beteekenis, zooals die moet zijn tusschen man en vrouw.

Wat hij vroeger voor liefde had gehouden was niets geweest dan hartstocht, zinnelijke begeerte, waaraan de ziel vreemd was gebleven; nu, aan Willy denkend, voelde hij, dat hij niet alleen verlangde haar lichaam te bezitten, maar sterker nog haar ziel te doen samenleven met de zijne in de hoogste eenheid, die het geluk is.

Maar nu hij wist dat hij haar liefhad, haar begeerde voor zijn vrouw, kwam dadelijk de onrust, de vraag of zij hem ook lief zou hebben; hij dacht aan den vertrouwelijken, teederen klank in hare stem, aan de schittering in hare oogen, voelde zich gerustgesteld, maar dadelijk weer onrustig door de onderstelling, dat dit alles misschien niets dan vriendschap was; hij trachtte zich elk woord te herinneren, woog en wikte alles op een goudschaaltje zonder tot een resultaat te komen, zooals duizenden vóór hem.

V.

Veertien dagen later zat Willy 's middags in hare kamer; buiten woei een harde noordewind; de takken van den kastanjeboom tikten tegen het raam als bij winterstormen, maar in zijne bladeren was na een heftig ruischen, een protest tegen den woestaard, die ze geen rust gunde, ze heen en weer schudde tot ze loslieten en neervielen in de modder.

Willy zat in een laag stoeltje, een naaiwerk in de handen; maar ze deed er bijna niets aan, zat

R. L. 4

Sluiten