Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Op z'n hoogst veertien dagen."

„En noem je hen dan werkelijk gelukkig?"

Ze keek hem in spanning aan.

„N .... nee.... eigenlijk niet."

Hij zou vroeger zeker ja hebben geantwoord, maar nu, tot zijn eigen verbazing, bemerkte hij, dat hij er anders over dacht.

De spanning week van Willy's gezicht.

„Niet waar?" en met iets opgewondens: „Ze leven naast elkaar, niet mèt elkaar; ze gaan ieder hun eigen weg: het ware vertrouwen ontbreekt. Ik heb dat verleden jaar zoo goed gezien, toen ik er zoo lang was. Ik heb er zelfs Em over gesproken, maar ze lachte mij uit en vond mij overdreven. Toch heb ik van dat oogenblik af geweten, dat ik zóó niet zou kunnen leven, zonder heel ongelukkig te zijn."

Ze sprak levendig, haar adem een weinig hijgend; George kon zijne oogen niet van haar afwenden, hij kwam dicht bij haar zitten.

„Ik zou daar ook niet mee tevreden zijn," zeide hij zacht.

„En toch hielden ze veel van elkaar," hernam Willy met iets droomerigs, „ik heb dikwijls gehoord, dat ze in hun engagementstijd heel gelukkig waren; maar ze hebben niet gezorgd, zooveel geluk te hebben, dat er altijd nog schatten overbleven, als er iets van werd weacrenomen. Ze hebben vanl

unjui-m uicl uuii ucsi yeuddn, eiKaar aues roe te vertrouwen, en dat is immers noodig. Man en vrouw moeten volkomen thuis zijn in eikaars voelen en denken."

„Zou dat ooit mogelijk zijn? Ieder mensch heeft zoovele gedachten in zich, die hij niet uit kan spreken."

Sluiten