Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O ja, maar die leert men van elkaar begrijpen als men maar de gedachten uitspreekt, die wèl onder woorden te brengen zijn. ik kan me geen geluk denken zonder volkomen openhartigheid en volkomen vertrouwen van beide kanten. Als Emma en Eduard gewend waren geweest elkaar alles te zeggen, zouden ze dit leed werkelijk samen kunnen dragen, in plaats van ieder zichzelf te beklagen. Hun geluk is nu natuurlijk voor altijd weg; ze kunnen niet meer beginnen met vertrouwelijkheid, want hunne liefde of wat ze zoo noemden, is langzamerhand verdwenen, dat moeten ze nu zelf wel duidelijk inzien. De eenige band tusschen hen vormen de kinderen."

Willy sprak haastig; het waren gedachten, die ze al den geheelen dag met zich omgedragen had; 't deed haar goed, ze uit te spreken. George kon zich niet langer bedwingen; hij moest haar van zijn liefde spreken, zocht naar woorden.

„Wil je wel gelooven," vervolgde Willy, „dat Emma niets van Edo's verleden wist, toen ze trouwden? Is dat niet verkeerd? Hoe kon ze zonder dat ooit haar mans karakter goed leeren kennen ?"

George voelde, hoe het bloed naar zijn gelaat steeg, maar Willy's oogen zagen vragend in de zijne; hij trachtte zijne kalmte te bewaren.

„Natuurlijk; ik geloof het wel," zeide hij, en toen snel: „Is Eduard thuis?"

„Ja; papa en mama zijn er heen. Papa wil probeeren nog zooveel mogelijk te redden; goddank is Eduard eerlijk gebleven . . . ."

,,'t Is een treurige geschiedenis," zei George neerslachtig, en zacht-medelijdend: „Arme Wil, je hebt er ook verdriet van."

Sluiten