Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kan ze dan door niets op de vlucht gedreven worden?"

Willy wachtte even.

„Alleen als ze zich bedrogen ziet in haar voorwerp."

George zat zenuwachtig op zijn knevel te bijten.

„Ik ga morgen naar den Haag," zei hij, plotseling van onderwerp veranderend, „mijne moeder is Zondag jarig."

„Zoo? laat mij je dan vast feliciteeren; ik zou haast zeggen: doe mevrouw mijne groeten," zei Willy lachend, en reikte hem de hand. „Je hebt me al zooveel van haar verteld, dat ik me verbeelden kan, je moeder te kennen."

„Mag ik dat werkelijk doen?"

„Mijne groeten? Zeker, gerust."

„Dank je. En nu moet ik weer naar 'twerk," vervolgde hij, half onwillig opstaande. „Kom je nog eens kijken?"

„Misschien; als papa en mama weer thuis zijn en ze hebben er lust in."

„Kom anders eens met Anna Overman, als je weer met haar wandelt."

„Nu, ik zal wel zien. Kom je Maandag weer thuis?"

„Ja; vroeg al."

,,'t Zal een vreemde Zondag zijn."

„Een heel vreemde, voor mij ook. Dag Willy. Zal je eens aan me denken?"

Hij greep haastig hare hand, en liep vlug de deur uit.

Willy keek hem na, een glimlach om hare lippen; ze kon niet werkelijk bedroefd zijn, met dat groote geluk in zich.

Ze had gevoeld, hoe het glanzende vogeltje

Sluiten