Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar bijna in de hand was gevlogen; zóó kon hunne verhouding toch niet lang meer büjven. Misschien zou hij er zijne moeder over spreken, dacht ze, weer naar boven gaande; in het ruischen van den kastanjeboom hoorde ze nu den weergalm van het lied der hoop in haar ziel.

George liep als in een droom langs het kanaal, werktuigelijk zich opwerkend tegen den wind, die het water deed golven met witte schuimkopjes als een kleine zee.

Er waren nieuwe gedachten in hem opgewekt, een wereld van twijfel, van nog vagen angstvoor onafwendbare pijn.

Willy had gesproken van volkomen vertrouwen tusschen man en vrouw; hij had zich dat ook altijd voorgesteld tusschen hen beiden; hij wilde haar alles zeggen van zijn denken en doen in het tegenwoordige, maar... ze had het verleden genoemd.

Was dit dan niet dood en voorbij, een voorgoed afgesloten tijdperk uit zijn leven, waar hij niet meer naar omzag, nu hij het nieuwe leven wilde beginnen met haar? Zóó had hij 't zich gedacht, wetende dat honderden het ook zóó beschouwden. Het was immers genoeg, dat hij met ziel en zinnen aan haar zou toebehooren; hij wist, dat voortaan die oude verlokkingen niet meer voor hem bestaan zouden; wat had zij dan te maken met den tijd, toen ze hem nog niet kende, toen ze nog niet had ingegrepen in zijn leven ?

Ze had gezegd, dat die kennis van het verleden noodig was om den weg te leeren in eikaars zieleleven; konden ze dat dan niet van zelf leeren

Sluiten