Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, maar ik zie in, dat ik altijd te goed over me zelf heb gedacht,"

„Lieve jóngen, wat is er?" Ze nam zijne hand, zacht streelend.

George boog zich plotseling tot haar over met iets heel zachts en teeders in de beweging.

„Och, u bent een lief goed moedertje; veel te goed eigenlijk," fluisterde hij, met zijn hoofd tegen haar aangeleund.

Ze streelde zijn haar.

„En jij bent een dwaze jongen," met een gelukstraan in haar oogen; „het is immers goed, van alles het beste te denken."

„Niet altijd; 't is struisvogeltheorie, maar enfin.... Ik moet u iemands groet brengen," vervolgde hij na een oogenblik.

Mevrouw keek hem nauwlettend aan.

„Van wie dan?" vroeg zij belangstellend.

„Van Willy van Meersen. Nee, nee, u moet niets vragen, geen veronderstellingen maken, alsjeblieft niet," viel hij zenuwachtig in, ziende de vraag op zijn moeders iippen, vóór ze hem had uitgesproken. „Ik heb Willy dikwijls over u gesproken; daarom lijkt het haar, alsof ze u al kent. Dat is alles voor 't oogenblik."

„En later?"

„Dat weet ik niet."

Hij sprong op en liep den tuin in; zijne moeder keek hem glimlachend na.

George liep gejaagd rond in den tuin, zonder ergens naar te kijken; er was zoo iets kwellends in de gedachten, die hem voortdurend bijbleven. Hij wist nu, dat hij Willy niet kon vragen zijne vrouw te worden, zonder haar zijn verleden te doen kennen, maar hij schrikte er voor terug, haar

Sluiten