Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu ja, hun liefde was natuurlijk niet meer zoo gloeiend."

„En ze zal er nu niet warmer op geworden zijn."

„Dat weet je niet; wie weet of 'tniet tot hun geluk is. Edo blijft nu vanzelf meer thuis."

Willy zei niets meer; ze dacht aan George, en hoe 'thaar zou zijn, als ze hem harde, ruwe woorden hoorde gebruiken tegen haar; ze wist, dat haar liefde dan zou bevriezen, maar als een heerlijke overtuiging voelde ze, dat dit nooit gebeuren zou, dat hun huwelijksleven beter wezen zou, dan dat van velen.

Ze zag hem de kerk binnenkomen, zijne oogen zoekend ronddwalen, nu en dan verstrooid iemand groetend, tot hij haar gevonden had. Een glimlach gleed over zijn gezicht toen hij haar groette, en ze knikte terug met een donkeren gloed over hare wangen.

Hij ging zóó zitten, dat hij haar gemakkelijk zien kon; Willy voelde haar gedrukte stemming wijken, ze vergat weer alles voor het bewustzijn van haar geluk, luisterde opgewekt naar de woorden van den predikant.

Maar ze hoorde er weinig van; hare gedachten dwaalden af; ze vroeg zich af, wat er in dit oogenblik in Lize's hart omging, en hoe het haar zelve zijn zou, als ze daar stond met den bruidssluier, hare hand in die van George.

Die dag zou de gelukkigste zijn in hun leven; geen andere kon de zaligheid geven van de eerste volkomen overgave, van dat voor 'teerst zich verbonden weten door onverbreekbare banden naar ziel en lichaam.

Dit voelde ze bij intuïtie; hoe zou ze verlangen naar het einde van de ceremonie, naar het oogenblik,

Sluiten