Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De brug lag over 't kanaal, een eind buiten het stadje; 't was een warme Augustusdag, stralend van zonlicht, dat den grindweg deed blinken als wit gloeiend metaal, pijnlijk voor de oogen. Boven de bosschen, die op korten afstand rechts lagen, trilde de lucht, maar in de donkergroene diepten was verlokkende, koele schaduw.

Ze wandelden voort, druk pratend over het bruidspaar, de toespraak, de menschen die in de kerk waren; Willy praatte werktuigelijk mee, maar ze zag telkens even naar George, die heel stil was, en er kwam angst over haar voor iets onbekends, eene verstoring van haar heerlijk geluk.

George zocht naar eene aanleiding om het gesprek te brengen op het onderwerp, dat hem niet met rust het; hij kon niet langer blijven in deze onzekerheid: als hij alleen met Willy was, zou hij geen oogenblik de waarheid voor haar kunnen verbergen, en hij wilde haar immers voorbereiden, hare gedachten er over kennen, ofschoon hij al bijna zeker wist, hoe die waren.

Willem Stennen kwam hem onbewust te hulp.

„Nu krijgen we weer gauw de trouwpartij van Marie van Straten," zei hij; „daar zal heel wat drukte van gemaakt worden."

Hij knipoogde tegen George.

Marie van Straten was verloofd met Zenneveld, een jong advocaat, in zijn studententijd de dolste der dollen.

Iedereen in Boschvoort wist bijzonderheden uit zijn vroegere leven; hij was indertijd te brutaal en te zorgeloos om te trachten ze geheim te houden; de meest geruchtmakende was, dat hij eens op reis was gegaan met een Fransche café-chantantzangeres, en na een paar maanden was terug-

Sluiten